Kroniek van de familie Smit-Gravenberch

Hugo van Reijen
geboren: te Amsterdam

Foto: een portret ontbreekt, daarom dit Oost-Javaanse masker met de naam 'Bambang Painem' uit de privécollectie van Hugo 

Hugo van Reijen noemt zich consequent Hugo J. van Reijen. Een Amerikaanse gewoonte die ik tegenwoordig nogal aanstellerig vind, hoewel ik me er vroeger ook schuldig aan heb gemaakt toen ik visitekaartjes bezat met 'Victor E. Smit - CEO' erop. Uitsluitend voor gebruik in de USA en andere buitengewesten, dat wel. Hoe dan ook, Hugo is een oud-Barlaeaan van de generatie van mijn broer. Op school hadden wij vanwege het leeftijdsverschil nooit contact, maar sedert 1970 kwam hij 'in the picture'. Het toeval wilde dat ik inmiddels wel zijn jongere broer had leren kennen, de filmer van Jan Wouter Reijen (1943), die in die tijd uitblonk in het maken van abstracte kras- en piepfilms. Zo betitelde ik ze althans. Daartoe bekraste hij het celluloid rechtstreeks en voorzag ze van eigentijdse muziek. Bijzonder was dat Jan Wouter een eigen bioscooptheatertje bezat op de zolder van het ouderlijk huis in Amsterdam-Zuid (Deurloostraat?). Een zaaltje met een échte projector, een 16 mm en zelfs een 35 mm, geloof ik, en voorzien van heuse pluchebeklede cinema fauteuils en een op afstand te bedienen gordijn voor het scherm. Goed dat de brandweer daarvan niet op de hoogte was. Daar ben ik op een avond in de jaren´60 eens op bezoek geweest op invitatie van hem en Ruth Kweksilber, zijn toenmalige vriendin en enige tijd daarvoor vriendin van Bert Lubbers. Ik meen me te herinneren dat Jan Wouter in haar oordeel 'te aardig' was en ik toen nog niet besefte dat dit een dodelijke classificatie was. Voor mannen dan. Volgens de via Google beschikbare informatie blijkt hij zich in de loop der jaren ontwikkeld te hebben tot een veelzijdig film- en documentairemaker. Is het toch nog goed gekomen.

Filatelie

Terug naar Hugo. Er waren nog meer connecties met de Van Reijens: hun vader (en moeder?) waren onderwijzer en oude bekenden van mijn moeder. Mijn broer wist toen al te vertellen dat Hugo als gymnasiast al méér verdiende dan zijn vader als hoofdonderwijzer. Dat maakte indruk. De oorzaak van dat fortuin was zijn handel in postzegels. Geen bijzondere of kostbare zegels, maar altijd met een thema. Bloemen, vogels, personen, noem maar op, zolang ze maar groot en kleurig waren en (veelal) uit exotische landen afkomstig. Die verkocht Hugo op de toen nog drukbezochte postzegelmarkt aan de Nieuwe Zijds Voorburgwal. Op woensdag- en zaterdagmiddagen stonden daar tientallen handelaren met stalletjes waar driftig gekocht en geruild werd. Anno 2010 leidt die markt een kwijnend bestaan, de postzegelhandel is op sterven na dood. De ooit zo populaire muntenhandel trouwens ook. Zelf verzamelde ik halfslachtig ook postzegels, te weten ‘Nederland en koloniën’, vooral ook omdat mijn onderbuurman Dick Schramm en zijn zoon Paul Max Schramm fanatieke filatelisten waren. Zelf probeerde ik een verzameling 'Nederland en Kolonieën' aan te leggen. In dit kader bezat ik een collectie ‘Eerstedags Uitgaven’ ofwel 'First Day Issues', speciaal ontworpen kabinetenveloppen voorzien van op de dag van uitgave afgestempelde zegels, die mijn tante Ali Baaij mij trouw toestuurde uit Suriname.

Later heeft de econoom Hugo zijn handel geprofessionaliseerd. Hij legde wereldwijd contacten met opkomende landen en verzorgde daarvoor dan op exclusiviteitsbasis het drukken en de uitgifte van hun zegels. Op die wijze controleerde hij een groot deel van de mondiale postzegelhandel. Onnodig te zeggen dat dit een lucratieve zaak was. Hugo vestigde zich op de tax heaven Guernsey, bezit elders nog wat aangename onderkomens en bereist nog steeds de aardkloot. Ieder jaar ontvang ik van hem een fraaie handgemaakte kalender uit Azië. Sinds 2008 zendt hij bovendien aan bekenden circa tweewekelijks fraaie ansichtkaarten uit exotische oorden met als motto: 'authentic scene from the fascinating World of Hugo J. van Reijen'.   

 

 

Op een dag bleek dat Hugo een goede kennis was van Ad Latjes, in de jaren '70 en '80 van de 20ste eeuw een spraakmakend reisondernemer, die de strijd aanbond met de gevestigde reisbranche, met name de KLM, die niet gebaat was bij verlaging van de tarieven. Latjes kocht tickets in het buitenland en verkocht die met enorm succes op de Nederlandse markt. Dus moest hij kapot. Hoe dat indertijd allemaal in z'n werk ging is te lezen op de familiekroniek van Ad Latjes. Hugo van Reijen was een groot fan van Ad en schreef een boekje "U vliegt nog steeds te duur", dat nog steeds verkrijgbaar is, ook in het Engels.

In 2008 werd Hugo benoemd tot Honorair Consul van de Filippijnen in Guernsey, waar hij een groot deel van het jaar woont en kantoor houdt. Waar hij de tijd vandaan haalt weet ik niet, maar hij ventileert zijn opinies regelmatig op de libertarische website www.vrijspreker.nl. Enkele daarvan wil ik de lezer niet onthouden: 

 

Waarom steken wij onze medemens met een penning ?

Dinsdag 29 juni 2010

Over de gehele wereld valt er nauwelijks een activiteit te noemen die dagelijks met meer verve en succes uitgeoefend wordt danhet steken van de medemens met een penning.

Anders dan door velen ondersteld wordt, wordt deze activiteit in de meeste gevallen niet geëntameerd, omdat we zo graag een ambtenaar willen bewegen een handeling te verrichten waartoe hij van overheidswege niet geautoriseerd is.

Verreweg het grootste deel van de steekpenningen wordt betaald om een ambtenaar te bewegen werk te doen, waarvoor hij van overheidswege reeds gehonoreerd wordt: werk waartoe hij zich niet gemotiveerd voelt, indien er niet eerst geld op tafel komt.

Dit werk kan uiteenlopen van het verstrekken van een formulier, het openen van een deur, het tevoorschijn halen van een dossier of het zetten van een stempel, tot het aanvangen met werk, het verlenen van een vergunning, het afzien van getreiter om iemands werk te belemmeren of het aandraaien van de lichten op een landingsbaan.

De  oorzaak van al dit moois valt vaak te vinden in één of een combinatie  van de volgende zaken:

01.
Gebrek aan toezicht van de  werkgever, in de meeste gevallen een overheid.

02.
De aanwezigheid van een plethora aan overbodige en vaak uiterst schadelijke bepalingen die in stand worden gehouden met slechts één doel: het scheppen van werk voor de ontvangers van steekpenningen en de mogelijkheid het niveau van de steekpenningen op te schroeven.

02.
Lage tot absurd lage salarissen.

03.
Een corrupte cultuur, waarin men corrupt geboren wordt en opgevoed om zich te laten  omkopen.

Van overheidswege tracht men vaak de indruk te wekken, dat het niet de omgekochte doch de omkoper is die faalt: dit is een vreemde redenering die buiten beschouwing laat, dat meestal het enige doel van de omkoper is, zijn werk op snelle en efficiënte wijze te verrichten.

Omkopers werken vaak accommoderend en faciliterend: het is nu eenmaal gemakkelijker te werken met iemand die met stempel in de hand klaar staat om de meestal triviale en overbodige activiteiten te verrichten dan met een persoon die met zeven paarden uit zijn bed getrokken moet worden om aan het werk te gaan.

In vele landen zijn zowel het volume als de frequentie van het omkopen van gigantische aard en heeft een bedrijf niet alleen een directeur inkoop nodig en een directeur verkoop, maar eveneens een directeur omkoop, die uiteraard een fraaiere  naam krijgt.

Steekpenningen worden altijd doorberekend in de kostprijs van een product en veroorzaken vaak moeilijkheden bij het verwerven van  een concurrerende  positie  op de exportmarkt.

In een groot aantal landen wordt de export van een aantal producten effectief de nek omgedraaid, omdat de perceptiekosten van de formaliteiten en de daarmee  gepaard gaande steekpenningen zo hoog zijn, dat een product in  verhouding tot andere landen  niet tegen een concurrerende prijs aangeboden kan worden.

Het is uiteraard de consument die de uiteindelijke lasten draagt. Doordat de prijs van een artikel hoger wordt , is het resultaat  dat de stroom van goederen en diensten die de consument bereikt, kleiner is dan  het geval zou zijn, indien het ambtenarenapparaat geëlimineerd  zou kunnen worden.

Ook zie ik veel gevallen, waarin de producent van grondstoffen het slachtoffer wordt: deze ontvangt minder dan bij afwezigheid van steekpenningen het geval zou zijn.

Ik zie hier met opzet af van een casuïstiek van landen en voorbeelden. Wie zijn ogen en oren de kost geeft, zal  geen moeite hebben, het hierboven geschrevene bevestigd te vinden.

  

 

Westerse beschaving is te koop
Woensdag 6
januari 2010

Afgelopem maandag was de wereld getuige van de officiële opening van het hoogste gebouw ter wereld, de Burj Khalifa, aka Burj Dubai. De 828 meter hoge kolos is een product (of zo men wil een hybride) van een Islamitisch ontwerp, afkomstig van het Amerikaanse architectenbureau Skidmore Owens & Merill (afgekort SOM) uit Chicago, en Westerse bouwtechniek.

Het failliete Dubai werd uitgekocht door de regent van Abu Dhabi, sheik Khalifa bin Zayed Al Nahyan, naar wie de Burj vervolgens werd hernoemd. De Chicago Tribune van 4 januari 2010 merkt op - ik vertaal - : “De omgedoopte Burj Khalifa markeert de eerste keer sinds de Middeleeuwen, toen Europa’s Gothische kathedralen hoger werden dan de Grote Piramides van Egypte, dat het hoogste gebouw van de wereld in het Midden-Oosten staat. Toch blijven hier talrijke andere wolkenkrabbers, die in de economische hoogtijdagen begonnen werden, onvoltooid of kruipen naar voltooiing en men denkt in brede kring, dat delen van de Burj Khalifa  leeg zullen blijven staan wegens de recessie.”

De Islamitische wereld is zo trots als een pauw. Na de aanslagen op het World Trade Center in New York en op het moment, dat de sharia in Atjeh wordt geëffectueerd, ziet men deze prestatie als een overwinning van de Islam op de Westerse beschaving. Het bouwsel staat symbool voor de Islamitische hegemonie over alle andere religies en culturen ter wereld.

Tot nu toe heb ik deze voor de hand liggende conclusie nog nergens gelezen, wat mij doet vermoeden, dat zij niet politiek correct is. Het verzet van het Westen tegen de culturele en morele onderwerping door de Islam lijkt dan ook al bijna te zijn opgegeven.

 

Paspoorten: een of meer?

Dinsdag 31 maart 2009    

Voor reizigers uit onontwikkelde landen wordt reizen in hoge mate bemoeilijkt door het feit dat een visum nodig is voor vrijwel elk land dat zij willen bezoeken. De onafhankelijkheid van zowel Indonesië als Suriname was vanuit dit gezichtspunt voor deze landen een ramp. Omdat de ontvangende landen meestal niet dol zijn op het verlenen van visa  aan mensen uit dergelijke landen, komt al snel de idee op het paspoort te verwerven van een land waarvoor visumplicht niet bestaat.

 

Het verkrijgen van visa is niet alleen tijdrovend. Het is ook duur. Het Consulaat van de USA rekent voor een interview $100. Als het visum verleend wordt, is men nog een keer $100 kwijt.

 

Het aanschaffen van een tweede paspoort zou door overheden van landen welker inwoners zo moeilijk reizen, toegejuicht moeten worden. Het reizen wordt met een dergelijk paspoort immers gemakkelijker. Het tegendeel is in vele landen echter waar. Vaak bestaat namelijk wetgeving die het verkrijgen van een tweede nationaliteit verbiedt en dit moeilijk of zelfs bijna onmogelijk maakt. 

 

Niet  zelden wordt op de luchthavens van de betreffende landen jacht gemaakt op  personen die in het bezit zijn van een tweede paspoort. Al hun bagage wordt doorzocht in de hoop andere reisdocumenten aan te treffen, opdat de passagier vervolgd kan worden of hem een bedrag aan steekpenningen afhandig kan worden gemaakt.

 

In Nepal en Bhutan bijvoorbeeld kunnen dergelijke personen voor jaren de gevangenis ingaan, tenzij op tijd een bedrag van duizenden dollars opgehoest wordt.

In dergelijke landen verzetten uiteraard de steekpenningen ontvangende ambtenaren zich met hand en tand tegen wijziging van de wetgeving. Het is vanzelfsprekend, dat er bij het storten van de miljarden dollars ontwikkelingsgelden geen enkel donorland ook maar de geringste aanmerking maakt op deze gang van zaken.

De Katholieke Kerk: een sterk merk
Dinsdag 10 november 2009

Een van de oudste en sterkste merken ter wereld wordt geëxploiteerd door de Katholieke kerk. Samen met Coca Cola en Islam gaat het hier om de sterkste merken ter  wereld. De grote hoeveelheden geld die ten gevolge van de bekendheid van het merk wereldwijd van de gelovige scharen kan worden ingezameld, worden aangewend voor diverse doeleinden. Een van die doeleinden is introductie van het merk in uithoeken der aarde.

Voordat dit merk in dergelijke streken geïntroduceerd wordt, leeft de plaatselijke bevolking meestal in angst voor boze geesten. Vele millennia leed men in duisternis zonder ook maar voor korte perioden het licht te zien. Aan deze duisternis wordt een abrupt eind gemaakt door de grote toewijding  van bisschoppen, paters, nonnen en andere functionarissen met titels uit de Rijke Roomse nomenclatuur.

Marketing campagnes, gesteund door moderne hulpmiddelen, helpen om op efficiënte wijze en onder opoffering van een relatief laag bedrag per gerecruteerde gelovige, de markt te penetreren.

De hierbij afgebeelde foto’s (gelovigen tijdens de kerkdienst en non met enkele kerkgangers) illustreren, hoe licht wordt gebracht in de duisternis in een gebied, waar men zich in een recent verleden niet ontzag de medemens op te peuzelen. 

Hoe word ik politicus: de docent en zijn leerling
Dinsdag 3
februari 2009

Enige tijd geleden liet de politicus Frits Bolkestein zich tegenover een vriend van mij ontvallen, dat zijn leraar klassieke talen een verpletterende indruk op hem had gemaakt. Deze leraar, de heer J. van Leeuwen, was later ook de mijne op het Amsterdamse Barlaeus Gymnasium. Spelenderwijze leerden wij van hem, hoe je besjoemeld werd  door politici, maar ook hoe je zelf politicus kon worden, als je dat wou. Wij leerden onder meer:

01.
Hoe je moest zorgen, overal vooraan te staan, dan werd je vanzelf een vooraanstaand
persoon.

02.
Hoe je een alliantie moest aangaan met tenminste twee andere personen, opdat B mooie dingen kon vertellen over A , C over B en  A over
C.

03.
Dat een vereiste was voor het beroep dat je leerde, je aan de massa te
prostitueren.

04.
Hoe je om  een meester te worden in het onder punt  03 genoemde, je les moest nemen bij een acteur om een goede  presentatie op massa- en andere bijeenkomsten  te
waarborgen.

05.
Dat je om gegarandeerd een zaal te vullen, je een groot aantal uitnodigingen moest versturen en stipuleren dat van elk uitgenodigd instituut slechts twee personen mochten
komen.

Laatst las ik een interview met Bolkestein, waarin hij verklaarde dat hij ten volle bereid was ook aan de Libelle (bestaat dat blad nog?) en soortgelijke  publicaties interviews  te geven, “want als je politicus bent, dan moet je ook alles doen dat  daarmee verbonden is.” 

Onder dat “alles doen” viel ook dat Bolkestein foto’s pousseerde op de eerste pagina van het VVD-orgaan. Op deze foto’s was steevast te zien hoe er geklapt werd wanneer Bolkestein binnenkwam in een zaal. De redacteur van het orgaan vertelde mij, dat hij op grond daarvan voorgesteld had, de naam van het  blad te wijzigen in “Blijvend Applaus” 

Hoe goed had Bolkestein de lessen die hij op jeugdige leeftijd ontving onthouden! Maar toen ik tijdens een schoolreünie Bolkestein in persoon herinnerde aan  zijn uitspraak tegenover mijn vriend, scheen hij uiterst op zijn hoede en er niet voor te voelen, een en ander verder te bespreken. Hoe jammer!  

 

(wordt vervolgd)



terug naar het overzicht van de categorie "Vrienden / Kennissen"


 
(c)2009 Stichting Familiekronieken Nederland          Website powered by: bosscha media 2009